Johannes Roosjen (Wildervank 4 oktober 1884 – Venlo 17 november 1944) en Remko Roosjen (Hoogkerk 26 maart 1916 – Roermond 2 februari 2002)

Johannes Roosjen was hoofdopzichter de PLEM; hij was ook een gefortuneerd man die in een Ford rondreed en in aandelen handelde. Hij was getrouwd met Harmine Ketelaars (Veendam 18 augustus 1884 – Maastricht 11 februari 1946). Zij hadden een zoon Remko Roosjen (26 maart 1916 – 2 februari 2002).

Remko Roosjen had de HTS gevolgd met een voorliefde voor het vak scheikunde. Uiteindelijk kwam hij in dienst van de Landmeetkundige Dienst. Voor de Arbeitseinzets bedankte Remko en hij moest onderduiken, dat werd uiteindelijk in Beegden. Hij nam verschillende schuilnamen aan, Huisman en de bekendste was Knippenberg. Thuiskomen in Herten (hoekhuis bij schakelstation) was er amper meer bij. Alleen als hij zonder opgaaf van redenen om een pak kwam vragen, en dan wist zijn vader: dat moet voor een onderduiker zijn, een gestrande piloot. Remko heeft er velen onder zijn hoede gehad. Zeker 75 die hij op weg heeft geholpen naar de vrijheid, via verschillende pilotenlijnen.

Vader Johannes is uiteindelijk verraden. Helemaal niet zo bezig met het verzet. Wat tegen hem sprak was het gegeven dat de PLEM destijds een eigen telefoonlijn had, in geval de reguliere lijn uitviel. Die lijn is zeker gebruikt voor de illegaliteit, maar Johannes Roosjen had daar zeker niet zo’n aandeel in om dat met de dood te moeten bekopen.

Remko Roosjen kreeg bericht dat zijn vader gevangen genomen was en vastzat in het politiebureau dat destijds aan de Hamstraat lag (anno 2009 het pand Ter Horst van Geel). Later vernam hij via een briefje van een onbekende afzender dat zijn vader was omgekomen in het concentratiekamp Neuengamme. Dat bleek uiteindelijk onjuist. Johannes Roosjen is gefusilleerd op een plek langs de Kaldenkerkerweg in Venlo.

Dat Johannes Roosjen is gefusilleerd, heeft Remko aan zijn moeder nooit verteld. Zij heeft wel het oorlogsleed moeten bekopen met een opname in Klevarie in Maastricht waar zij is overleden omdat zij geestelijk verward was geraakt. Zij stierf anderhalf jaar na haar man.

De naam van Johannes Roosjen prijkt op een verzetsmonument van de PLEM dat lange tijd in Maastricht heeft gestaan bij het hoofdkantoor van de PLEM aan de Prins Bisschopsingel. Het is later verplaatst naar het schakelstation in Herten, nota bene naast het voormalige huis van de familie Roosjen. Ook is de naam van Johannes Roosjen vereeuwigd in de gedachteniskapel op de Cauberg in Valkenberg.

De vraag die zoon René aan zijn vader Remko heeft gesteld of Johannes Roosjen het slachtoffer is geworden van de verzetsdaden van Remko Roosjen, heeft hij met een pertinent ‘nee’ beantwoord.
Remko Roosjen maakte na de oorlog deel uit van de Politieke Opsporings Dienst (POD). In die kwaliteit heeft hij oud-burgemeester Reijmer van Roermond opgespoord en verhoord. Theo Beckers heeft dat beschreven in een biografie van Reijmerl voor Spiegel van Roermond (2009).

Remko Roosjen was na zijn militaire dienst in Bergen op Zoom onderofficier bij het 18e Regiment, gevolgd door de Landmeetkundige Dienst en na de oorlog bij de PLEM als technisch tekenaar. Toen hij eind vijftig was, kwamen de oorlogsjaren zo bovendrijven dat hij moest stoppen met z’n werk. Hij ging met vervroegd pensioen en had nog mooie jaren tot aan zijn dood in 2000. Hij is begraven op het kerkhof Tussen de Bergen in Roermond.

De Britse commandant Ian McNicoll van de basis in Brüggen kwam hem persoonlijk herdenken. Remko is in 1946 onderscheiden met de Member of the British Empire en de Medal of Freedom (USA). Van de Amerikanen kwamen dankbrieven voor zijn pilotenhulp. De Amerikaanse piloot Kenneth Sheever die Remko 40 jaar na dato in Roermond nog heeft ontmoet, vatte het in één zin samen: ‘Really, this man saved my life!’