Leo Moonen (31-8-1895 – 15 -4 1945 Bergen-Belsen)

Centraal staan in de hier afgebeelde groep twee verzetsmensen: de bisdomsecretaris en leider van het katholiek verzet de priester drs. Leo Moonen met naast hem Jan Hendrikx, de gewestelijk leider van de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers. Het monument symboliseert de samenwerking tussen geestelijken en leken in het verzet tegen de bezetter. Achter deze hoog opgerichte figuren staat een samengepakte groep van vervolgden die door de nood bijeengedreven zijn en elkaar ondersteunen in hun ellende. Aan hun voeten kronkelen slangachtige monsters als symbool van het kwaad dat door het goede, het humanitaire, verzet wordt vertrapt. Het kruis is een teken van lijden, strijd en overwinning. Leo Moonen was secretaris van het bisdom Roermond. Na de Duitse inval in mei 1940 werd de priester Moonen de geestelijke leider van het humanitaire verzet in Limburg. Tijdens de bezetting stond hij velen bij met raad en daad. Omdat de bisschoppen officieel hadden geprotesteerd tegen plannen van de bezetter gericht op studenten, jonge arbeidskrachten en voormalige dienstplichtigen, vond Moonen dat het consequent was ook onderduikers en Joden uit de handen van de bezetter te houden, ze te voeden en te kleden en hun achtergelaten families en gezinnen geestelijk en materieel bij te staan. Met deze interpretatie wierp hij zich op als leider van de nieuw te vormen onderduikerorganisatie. Moonen was de geestelijk leider en werkte samen met Jan Hendrikx. Op 28 augustus 1944 werd Leo Moonen op transport gesteld naar Vught. Daarna kwam hij via Sachsenhausen terecht in Bergen-Belsen. Daar bezweek hij op 2 april 1945 aan tyfus.